
Het boek ‘En toen waren er nog maar…’ verscheen voor het eerst in 1939. Sindsdien zijn er verschillende uitgaven van dit boek verschenen. Het boek wat ik gelezen heb, komt van Rainbow uitgevers. Zij brachten dit boek in 2022 opnieuw uit. Het boek is vertaald door Hennie Möller.
Tien mensen die elkaar niet kennen worden uitgenodigd door de onbekende N.I Manth om een weekend door te brengen op een eiland. Bij aankomst hebben ze geen idee wat dit diverse gezelschap met elkaar te maken heeft, maar al snel wordt duidelijk wat deze tien mensen gemeen hebben. Allemaal hebben ze direct of indirect iemand vermoord zonder dat dit wettelijk te bewijzen valt en ze zijn er nog mee weggekomen ook. Al op de eerste avond op het eiland wordt één van de gasten vermoord. Al snel volgt er een tweede moord. De spanning begint te stijgen, want wie is de volgende? En komt er wel een volgende? De onbekende N.I. Manth is nergens te bekennen en de gasten vinden dit uiterst bijzonder. Daarnaast komen ze er achter dat in elke kamer een rijm te lezen is van de 10 soldaten, maar wat heeft de rijm van de tien soldaten met dit alles te maken?
In dit boek moet je als lezer zelf voortdurend nadenken wie de dader is, maar telkens wordt je op het verkeerde been gezet door verschillende plottwisten. Hierdoor word je direct meegenomen in het verhaal en wil je blijven lezen om er achter te komen wie de dader is. In het boek wordt er veel gebruik gemaakt van de gedachten van de verschillende personages, maar ondertussen lees je ook wat hun angsten zijn en wie zij verdenken. Maar toch volgt er een nieuwe moord die ook weer onverwachts komt en waardoor je weer andere dingen gaat denken om tot de juiste dader te komen. Na een tijdje weet je het als lezer ook niet meer en wacht je maar af tot je het te lezen krijgt. En dat einde zit erg knap in elkaar en is ook zeer slim bedacht.
